
November 22, 1963 Dallas, Texas In less than a second, America died. |
CONTENTS |
"If you shut up the truth and bury it under the ground, it will but grow, and gather to itself such explosive power that the day it bursts through it will blow up everything in its way."
- French author Emile Zola
|
"Treason does never prosper.
What's the reason?
When it prospers,
None dare call it treason."
Sir John Harrington
|
|
Mr. Vast loopt vast
From: Wim Dankbaar
To: Vast, mr. A.B. (Parket Zwolle - Lelystad)
Cc: Zwart, T. (Parket Zwolle - Lelystad)
Sent: Friday, December 15, 2006 5:43 PM
Subject: Re: Reactie op uw schrijven ABV/gw/V-2006/351
Geachte heer Vast, (en dus niet Mijnheer Vast)
Neemt u van mij aan dat onze correspondentie geenszins beeindigd is. Hoewel ik uw zeer snelle antwoord ditmaal op prijs stel, adviseer ik u voortaan, in uw eigen belang, eerst met uw superieuren te overleggen over wat u wel of niet kunt maken, alsmede aan welke regels u gebonden bent.
Tot nader,
Hoogachtend,
Wim Dankbaar
From: Vast, mr. A.B. (Parket Zwolle - Lelystad)
To: 'Wim Dankbaar'
Cc: Zwart, T. (Parket Zwolle - Lelystad)
Sent: Friday, December 15, 2006 1:08 PM
Subject: RE: Reactie op uw schrijven ABV/gw/V-2006/351
Mijnheer Dankbaar,
ik heb aan de brief waarnaar u in uw mail van vandaag verwijst, zeker in het licht van mijn daaraan voorafgaande brief, niets toe te voegen.
de raadsman van de heer Louwes, mr. Knoops, is degene die scherp en kritisch de belangen van zijn client behartigt en bewaakt.
ik ga met u dan ook geen verdere discussie aan over alles wat u nu nog weer, of in de toekomst, over dit onderwerp c.a. naar voren brengt. hiermee is wat mij betreft de correspondentie beeindigd.
A.B. Vast
HOvJ Zwolle-Lelystad
Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
Verzonden: vrijdag 15 december 2006 12:06
Aan: Hoofdofficier Vast
CC: T. (Parket Zwolle - Lelystad)
Onderwerp: Reactie op uw schrijven ABV/gw/V-2006/351
Geachte heer Vast,
In goede orde heb ik uw schrijven met als dagtekening 13 december 2006 van u mogen ontvangen, waardoor ik als volgt wil reageren.
1. U brengt het begrip "malversaties" ter tafel. Ongetwijfeld heeft u daar uw redenen voor. Het gaat mij en het door mij bijgestane journalistieke
onderzoeksteam louter om het gegeven dat de vier genoemde politiebeambten die wij inmiddels alle vier hebben gesproken, stellen niets met de Deventer
moordzaak van doen te hebben.
2. U heeft het over politiefunctionarissen die niet werkzaam zijn bij het korps IJsselland. Ondanks dat wij hebben ontdekt dat de genoemde vier
politiefunctionarissen inderdaad bij het korps Apeldoorn werkzaam zijn, willen wij opmerken dat de heer Ernest Louwes in zijn brief van 6 december
jl. aan u citeert uit het NFI rapport van 27 april 2006 waarin ondermeer staat: "De schrijfproeven van de schrijvers N1 tot en met N4 zijn eind maart
begin april 2006 afgenomen door medewerkers van politie IJsselland en bevatten geen gegevens waaruit de identiteit van de schrijvers is af te
leiden".
Waarom doet u zo geheimzinnig door geen opening van zaken te geven over uit welk korps deze ambtenaren dan wel betrokken zijn? Men kan nu constateren dat de melding uit het NFI rapport kennelijk abusievelijk is gemaakt, maar vervolgens corrigeert u dat niet met duidelijkheid over waar deze ambtenaren dan wel werkzaam zijn. Dit ondanks het feit dat u inmiddels uit mijn vorige brief wist dat ik de heer Van Roemburg getraceerd had bij het korps Apeldoorn. Meent u nu werkelijk dat u niet op de hoogte bent van mijn update van het persbericht zoals hier vermeld: http://jfkmurdersolved.com/aangiftepb.htm , waar u kunt lezen dat alle vier politieambtenaren inmiddels door ons opgespoord zijn en werken bij de politie Apeldoorn? Meent u werkelijk dat u niet al bekend was met hun identiteiten, zoals die ook onder de schrijfproeven staan die naar uw zeggen onder uw verantwoordelijkheid zijn uitgevoerd? Meent u werkelijk dat in deze geruchtmakende zaak een aantijging van fraude / valsheid in geschrifte, mogelijk onder uw eindverantwoording gepleegd, niet uw hoogste prioriteit krijgt? U geeft namelijk de indruk zelf niet volledig op de hoogte te zijn van de details omtrent de schrijfproeven, evenmin van onze reeds gedane opsporingsactiviteiten.
3. U heeft het over proces-verbalen die naar de raadsheer van Ernest Louwes, mr. G.J. Knoops zijn verzonden op 06 oktober 2006, waarin de ambtshandelingen van de genoemde politiefunctionarissen zijn opgenomen. Daar de heer Knoops ons heeft laten weten geen kennis te hebben van zulke proces-verbalen, verzoek ik u vriendelijk mij afschriften van deze procesverbalen te doen toekomen.
De ambtshandelingen die u beschrijft, zijn handelingen waarover de betrokken functionarissen als volgt tegenover journalisten hebben verklaard:
- H.A. (Henk) van Roemburg: Zaak betreft een andere regio, gaf aan niets met de schrijfproeven van doen te hebben, kent de zaak alleen vanuit de media.
- A.M. (Alexander) Harts: Pas een jaar werkzaam bij de politie Apeldoorn, aldus zijn vader, die ons ook meldde, na ruggespraak met zijn zoon, "op het verkeerde spoor" te zitten.
- H.J. (Hans) Schoenmaker: Stelde op geen enkele wijze met de zaak van doen te hebben, stelde na de confrontatie dat zijn naam onder de schrijfproeven staat,
dat dit best zou kunnen maar dat hij daar in ieder geval niets mee te maken heeft gehad.
- E.J. ( Elvira) Bulder: Stelde de zaak alleen te kennen van de TV en niets met het onderzoek te maken hebben gehad.
4. U noemt ondubbelzinnig de naam van Henk van Roemburg, die - zoals u stelt - abusievelijk de kaders voor zijn collega's zou hebben ingevuld. Tevens zou hij volgens u abusievelijk een paraaf hebben gepaatst in een niet voor hem bedoeld kader. Heeft u deze paraaf met eigen ogen gezien? Ik weet wel zeker dat niemand in deze paraaf de initialen van de heer van Roemburg zal herkennen. Mijn vraag is dan ook: Is deze informatie tot u gekomen van de heer Van Roemburg zelf? Zo niet, wie heeft er voor de heer Van Roemburg gesproken? Want alles wijst erop dat betreffende ambtenaar u foutief heeft geinformeerd.
Moeten wij nu concluderen dat Van Roemburg tegen de journalisten heeft gelogen over zijn non-betrokkenheid bij de Deventer moordzaak? Zo ja,
waarom? Zo nee, wat is er dan aan de hand en waarom zeggen deze politiefunctionarissen - desgewenst via u - niet gewoon publiekelijk wat hun rol, zo die bestaat, is geweest bij het onderzoek? Meent u werkelijk dat als de woordvoerder van de politie Apeldoorn, de heer Anton de Ronde, mij schriftelijk meldt dat ik een antwoord zal krijgen van het Openbaar Ministerie in Zwolle, waar u de hoofdofficier bent, dat u daar nog geen overleg over heeft gehad, en niet weet dat de overige drie ambtenaren wiens namen onder de schrijfproeven staan, ook bij de politie Apeldoorn werkzaam zijn?
5. U stelt in uw laatste uw brief nogmaals aan de orde dat de schrijfproeven door vier verschillende politiefunctionarissen zijn opgemaakt. Heeft u nu werkelijk niet begrepen dat dit niet mijn oorspronkelijke vraag was? Mijn vraag was namelijk of deze ambtenaren luisteren naar de namen E.J. Bulder, A.M. Harts, H.J. Schoenmaker en H.A. van Roemburg. Dat deze schrijfproeven afgenomen zijn door mensen van vlees en bloed, betwijfel ik geenszins, dat hoeft u dan ook niet steeds te herhalen. Dat ze afgenomen zijn door vier verschillende politiefunctionarissen, betwijfel ik inmiddels ten zeerste, maar nog meer dat ze luisteren naar de namen E.J. Bulder, A.M. Harts, H.J. Schoenmaker en H.A. van Roemburg. Immers, ons onderzoeksteam heeft inmiddels voldoende bewijzen voor het tegendeel vergaard. Ook heb ik u in mijn email dd woensdag 29 november 2006 gevraagd mij de identiteit te geven van de officier van justitie die in uw opdracht direct verantwoordelijk was voor de gang van zaken met betrekking tot de schrijfproeven. Waarom lijkt u zo'n moeite te hebben met het prijsgeven van diens naam? U blijft hem ook in uw meest recente schrijven betitelen als "de officier van justitie, die in mijn opdracht leiding geeft aan het u wel bekende oriënterend vooronderzoek". U bedoelt toch de heer H. van der Meijden?
De genoemde politiefunctionarissen hebben wij alle vier opgespoord, waarbij hun uitspraken ons feitelijk doen veronderstellen dat deze enerzijds daadwerkelijk niets met de Deventer moordzaak te maken hebben gehad en anderzijds inmiddels zijn ingeseind hun mond tegen journalisten te houden. Ondanks dit laatste voerde bij deze politiebeambten hun integriteit de boventoon, waardoor wij stellig aan u willen voorhouden dat hetgeen u stelt niet overeenstemt met wat onze bevindingen zijn.
6. U deelt mede dat u geen gevolg geeft aan de aangifte van bovenstaande, kennelijk omdat het u niet duidelijk is hetgeen wat thans door ons onderzocht is en u geen direct antwoord kunt of wilt geven.
U zult begrijpen dat wij bovenstaande daags in de media willen brengen. Echter begrijpen wij heel goed dat onze bevindingen niet passen in de positie
die het openbaar ministerie heeft aangenomen. Zaak is dat u antwoord geeft inzake bovenstaande punten daar dit gepubliceerd zal gaan worden. Een daarop aansluitende optie die wij gaarne hier willen aandragen is met open kaarten op tafel met u in overleg te willen treden, waarna u eventueel zelf kunt overgaan tot onderzoek op de door ons in te brengen feiten en omstandigheden die telkens zoveel vragen geven
in deze zaak.
Kunt u er in voorzien dat wij zo spoedig mogelijk uw antwoord tegemoet kunnen zien? Een termijn van een week, bijvoorbeeld voor zaterdag 22 december, lijkt ons daarvoor alleszins redelijk, des te meer omdat u tot nu toe geen duidelijkheid heeft kunnen scheppen. U zult inmiddels begrepen hebben dat wij de kwestie hoog opnemen, ook in het algemeen maatschappelijk belang . Bij andermaal een onbevredigend antwoord zullen wij ons genoodzaakt zien ons te beraden op andere (rechts)middelen die ons ter beschikking staan.
Hoogachtend,
Wim Dankbaar
****************************
Het eerdere antwoord van hoofdofficier Vast:
Brief Mr. Vast pagina 1
Brief Mr. Vast pagina 2
Laatste antwoord aan Mr. Vast
Heeft u zinnige suggesties of adviezen, click dan hier.
|
|